Inbakeren of niet?

Inbakeren is een gebruik wat tot het einde van de 18de eeuw in Nederland gedaan werd. Kneuzingen zouden beter genezen, navelbreuken zouden herstellen en kinderen zouden niet scheef groeien. De eerste drie maanden van hun leven werden baby’s stijf en recht in lappen gewikkeld. Sinds halverwege jaren negentig is inbakeren weer in de mode. Huilbaby’s en moeilijke slapers worden alleen ingebakerd voor het slapen. Effecten zijn snel merkbaar waardoor de rust en regelmaat terugkeert. Er zijn ook al langere tijd geluiden hoorbaar dat inbakeren niet goed is.

Inbakeren kwam recentelijk in het nieuws. Het zou ontwikkelende babyheupen beschadigen. Dit is wel heel erg oud nieuws. Zeker als het gaat over inbakeren met gestrekte benen. Dit is een extreem onnatuurlijke houding. Orthopeed Dr. Med. Ewald Fettweis schrijft in zijn boek uit 2004 (Hüftdysplasie: Sinnvolle hilfen für babyhüften) al over röntgenonderzoek uit 1937 (!) wat bevestigt dat inbakeren schadelijk is en luxatie bevorderend werkt.

Tegenwoordig wordt er ingebakerd met de benen los, zodat baby’s niet met gestrekte benen hoeven te liggen. Een hele verbetering en een prima tool om in te zetten, aldus een boel mensen. Het wordt dan ook veelvuldig en vaak zonder goede begeleiding gedaan. Inbakeren is niet alleen schadelijk voor de heupen, het gaat ook voorbij aan de huidhonger van baby’s. Die huidhonger dient ergens voor, voor meerdere dingen zelfs en al deze dingen staan in verbinding met elkaar. De natuur zit geniaal in elkaar.

Direct na de geboorte wordt het proces van hechting gestart door huid op huid contact. Moeder en baby raken goed aan elkaar gehecht. Die eerste hechting is de basis voor een stabiele, sociaal-emotionele ontwikkeling waar de baby de rest van zijn leven op terug kan vallen. Inbakeren verstoort het proces van hechting.

In het begin moeten baby’s vaak gevoed worden. Een moeder die haar baby dichtbij houdt, zal de hongersignalen van haar baby snel zien en daarnaar handelen door aan te leggen. Vaak aanleggen zorgt ervoor dat de baby optimaal kan groeien. Inbakeren doet het omgekeerde.

Het hebben van huid op huid contact zorgt voor een optimale ontwikkeling van de hersenen. Zenuwcellen zijn onderling verbonden met elkaar en vormen neutrale netwerken. Deze netwerken vormen systemen die de basis vormen voor tal van hersenfuncties. Huid op huid contact zorgt dat die verbindingen in de hersenen optimaal worden aangelegd. Inbakeren betekent niet toegeven aan de huidhonger van een baby en dit houdt dus ook in dat de hoeveelheid verbindingen die er gelegd worden niet optimaal is.

Zodra een baby kan draaien wordt het gevaarlijk om de baby in te bakeren. De baby kan zich dan in de bakerdoeken naar de buik draaien. Ingebakerd kan de baby zijn handen niet gebruiken om zijn gezicht van het matras te duwen. Er bestaat dan een groot risico dat de baby stikt.

Inbakeren is dus schadelijk op meerdere vlakken. Waarom inbakeren en niet gewoon dragen in een draagdoek of ergonomische drager? In een doek of ergonomische drager respecteer je de natuurlijke houding van je baby. De baby ligt niet uren in bed te slapen, een moeder zit niet al die uren vast aan huis. De baby kan op je rug of buik met je meegedragen worden. En terwijl de baby zo dichtbij is, “leert” het van alles op een heel natuurlijke manier. De baby leert van de mimiek van het gezicht van degene die hem draagt. De baby voelt wanneer je wel of niet gestrest moet zijn. Een gestreste baby kan deze stress afvoeren door lichaamscontact met de moeder. Taal wordt niet alleen gehoord maar met het hele lichaam gevoeld.

Inbakeren is niet alleen slecht voor de heupen en dus in het geheel genomen een tool die niet zo lukraak geadviseerd en ingezet zou moeten worden. Wij zijn er dan ook van overtuigd dat inbakeren vooral niet zou moeten gebeuren!