Moeder en kind interactie

Als ouder kan je veel betekenen voor je baby door adequaat te reageren op de aangeboren gedragingen van je baby. Eerder onderzoek in Israël heeft laten zien dat bij moeders het oxytocine niveau steeg als ze warm, knuffelend contact hadden met hun baby, terwijl bij vaders het oxytocine niveau steeg als ze een actief spelletje met hun baby deden. Er is dus een verschil in reactie van het kind op de interactie komend van de vader en de moeder. In dit blog ga ik verder in op de unieke combinatie van moeder en kind waarbij het reageren op elkaar centraal staat, dit noem je ook wel synchrone interacties.

Aangeboren reflexen
Mensen behoren tot de groep dragende zoogdieren. Tot deze groep behoren ook de diverse  apensoorten. Met sommige van deze apensoorten deelt de mens ruim 98% van de genen. Dat betekend dat er veel gelijkenis is tussen mens en aap.

Copyright: Evolutionaryparenting.com
Copyright: Evolutionaryparenting.com

Apen dragen hun jongen om ze te beschermen, de baby’s zijn dicht bij hun (borst)voeding en ze worden gedragen om de hechting tussen moeder en jong te bevorderen. Pasgeboren apenjongen worden bijna continu gedragen door hun moeder en hebben een alarmsysteem dat af gaat wanneer het lichaamscontact tussen hen verbroken wordt. Dit is te verklaren doordat verlies van lichaamscontact direct de overlevingskansen van het jong verlaagt. Een op de grond achter gelaten jong is een gemakkelijke prooi en op termijn ten dode opgeschreven. Bij het verbreken van het lichaamscontact wordt er een reflex in werking gesteld. Deze sterke aangeboren reflex is een ingebouwde beveiliging om te zorgen dat het verbroken lichaamscontact zo snel mogelijk weer hersteld wordt. De mens staat zoals gezegd genetisch erg dicht bij de apen en ook bij onze baby’s zie je deze aangeboren reflex.

Deze reflex heet de de Moro reflex. Na het verbreken van het lichaamscontact verwijden de pupillen zich, vaak gaat de baby huilen, tenen en vingers strekken zich uit en worden bewogen om het verbroken contact met de moeder te herstellen. Of deze reflex aanwezig is wordt kort na de geboorte door de verloskundige getest. Een baby zal kalmeren wanneer deze opgepakt wordt en daarbij het lichaamscontact hersteld wordt. De baby zal zijn grijpreflexen gebruiken om actief mee te helpen aan het gedragen worden. Bijgaande foto laat dit duidelijk zien en op het plaatje ernaast kun je zien hoe een draagdoek die natuurlijke houding van de baby ondersteunt.

Copyright: Didymos, www.didymos.de
Copyright: Didymos, www.didymos.de

Een pasgeboren baby kan vingers heel stevig vasthouden. Ook de voeten van een baby hebben deze grijpreflex! Doe de sokken van je baby eens uit en zie hoe de tenen diezelfde grijpbeweging maakt.

Alleen in rust en veiligheid kan een baby slapen en drinken. Ouders van pasgeboren baby’s zullen (h)erkennen dat een baby het meest tot rust komt als deze dicht bij de ouder is. Tot in de twintigste eeuw was het dragen van kinderen de enige mogelijkheid. Dit was voor alle partijen de rustigste, veiligste en meest praktische oplossing. Moeders werkten met hun baby dicht bij zich, veelal werd deze meegedragen. In 1840 werd het meedragen minder door toenemende populariteit van de wandelwagen.

Nabijheid, (samen) slapen en interactie
Een baby al dan niet laten huilen voor deze in slaap valt is al jaren een punt van discussie in onze maatschappij. Recentelijk opnieuw aangewakkerd door de nog in concept zijnde JGZ-richtlijn “Gezonde slaap en Slaapproblemen” ontwikkeld door het Nederlands Centrum Jeugdgezondheid in samenwerking met TNO. De concept richtlijn veronderstelt dat kinderen zelf in slaap moeten kunnen vallen. Ook als ze daarbij (langdurig) huilen, behoren de ouders of verzorgers hier niet op te reageren. Dit advies stuit op enorm veel weerstand, net als de voorganger van deze richtlijn in 2007 deed. Het Nederlandse Instituut van Psychologen distantieerde zich onlangs zelfs van de concept richtlijn en werkt er niet meer aan mee.

Het maakte dat ik me wilde verdiepen in dit onderwerp. Ik las een bijbehorend onderzoek met betrekking tot de effecten van een dusdanige aanpak. De uit Texas afkomstige universitaire hoofddocent Wendy Middlemiss zette een interessant onderzoek op. Interactie tussen een moeder en haar kind is biologisch gesynchroniseerd. Dat betekend dat moeder en kind in deze 1-op-1 relatie reageren op elkaar en dat dat ingegeven is van nature. Deze biologisch gereguleerde interactie kan door diverse dingen worden verstoord zoals stress van een van beiden, post natale depressie, prematuriteit en bijvoorbeeld een ontwikkelingsachterstand welke ook invloed heeft op leeftijdsspecifieke bioritmen. De zogenoemde gesynchroniseerde interactie tussen moeder en kind zijn essentieel en vormen tevens de basis voor een veilige hechting. Wanneer er sprake is van een asynchrone interactie, bijvoorbeeld bij gebrek aan reactie van de moeder op de hulproep van de baby, leidt dit uiteindelijk tot een onveilige hechting.

Wetenschappelijk onderzoek
Deze synchrone interacties zijn dus essentieel en daarom verdiept de studie van Middlemiss zich in hoe deze synchronie tot stand komt en ook stand houdt. De leeftijden van de deelnemende baby’s variëren tussen de 4 en 10 maanden. Het onderzoek wordt vormgegeven in een slaap training, waaraan 25 baby’s en hun moeders meedoen. Gedurende 5 nachten worden de baby’s alleen gelaten tijdens hun slaaproutine om zelfstandig in slaap te leren vallen. De moeders zitten in een aparte ruimte waar ze de baby wel horen maar niet mogen ingrijpen of reageren op hun gehuil of andere stress signalen. De baby probeert contact te krijgen met zijn moeder, maar deze mag niet reageren, er is hier dus sprake van eenzijdige interactie.

Tijdens de eerste nacht van het experiment huilden de baby’s en vertoonden signalen van stress. Zowel bij de baby’s als de moeders werd een verhoogd cortisol (ofwel stress) niveau in hun speeksel gemeten. Het blijkt dat deze cortisol niveaus van moeder en baby synchroon reageerden, dat wil zeggen dat er een hoge relatie was tussen het niveau van de moeder en de baby. De moeders konden hun baby’s horen en hun stress ervaren, daarin moet je de verklaring van het verhoogde cortisol niveau van de moeder zoeken. Tijdens de tweede nacht van het experiment huilden de baby’s minder en tijdens de derde nacht vertoonden de baby’s geen uiterlijke stress signalen zoals huilen meer bij het in slaap vallen. De cortisol niveaus van de baby’s waren even hoog als tijdens de eerste nacht (!), maar de cortisol niveaus van de moeders daalden aangezien zij geen signalen van stress meer opvingen van de baby. De reacties van de moeders veranderden van synchroon naar asynchroon (geen hoge relatie tussen de niveaus van de moeders en baby’s). De conclusie is dus dat deze baby’s zonder ingrijpen van hun moeders in slaap konden leren vallen en uiteindelijk ook zonder huilen, maar de stress voor de baby’s blijft dus net zo hoog. Daarnaast kun je stellen dat de op elkaar afgestelde interactie tussen moeder en baby niet meer synchroon loopt door ze te scheiden.

En dragen?
Wat betekenen deze wetenschappelijk resultaten nu voor het dragen van je kind? In de eerste plaats is de baby dicht bij de moeder als deze haar kind draagt. Baby’s reguleren onder andere hun hartslag, temperatuur en spierspanning naar die van de moeder. Het gevoel van veiligheid is voor de baby in deze situatie optimaal door de nabijheid. De interacties zullen door deze nabijheid synchroon en op elkaar afgesteld verlopen. Moeder en baby zijn in staat om snel op elkaar te reageren. Dragen is dus een uitstekend hulpmiddel bij het tot stand brengen van de nabijheid waardoor moeder en baby hun interactie kunnen synchroniseren. Daarnaast voorkomt dragen dat er stress en een gevoel van onveiligheid ontstaat door het geboden lichaamscontact. Dit geldt ook voor samen samen slapen. Als de moeder dichtbij genoeg is om lichaamscontact te maken zal de baby niet zijn alarm systeem aanzetten. Nabijheid voorkomt dus zeker stress bij de baby en uit voorgaand onderzoek van Middlemiss blijkt dat dit ook voor de moeder geldt. Als Instituut voor Hechting pleiten we om dit soort redenen voor nabijheid tussen moeder en kind, waarbij dragen kan helpen om dat doel te bereiken.

Mijn volgende blog zal gaan over hechting.

Tot gauw!

Ilse van Grevenhof

Bron:
Eveline Kirkilionis, A baby wants to be carried