De drang om baby’s te dragen

Het kalmerende effect van bewegen
Het kalmerende effect van bewegen Foto: Draagfoto.nl

Zoals ik in mijn vorige blog al aanstipte, wil ik regelmatig een wetenschappelijk artikel rondom dragen verder uitdiepen.

Dit artikel helpt ons te begrijpen waarom het dragen van baby’s belangrijk is. Ik vraag me regelmatig af waarom ik eigenlijk begon met het dragen van mijn kinderen, die ik ook nu nog draag. De wetenschapper in mij is benieuwd naar de onderliggende biologische processen die de drang verklaren die mij en vele anderen drijft tot het dragen van onze baby’s. Deze blogpost gaat daar op in.

Het artikel gaat over een onderzoek waarin wordt onderzocht of dragen meetbaar kalmerend kan werken voor baby’s. Twaalf baby’s met hun moeders namen deel aan het onderzoek, 6 jongens en 6 meisjes. Alle baby’s zijn geboren in Japen en waren tussen de 1 en 6 maanden oud. Ze werden blootgesteld aan drie situaties, gedurende 30 seconden, terwijl de baby’s wakker waren. De baby’s werden in willekeurige volgorde in een wieg gelegd, bij de moeder op schoot gehouden terwijl de moeder zit of door de moeder op de arm gedragen terwijl de moeder loopt. In ieder van deze situaties werden er metingen gedaan. De hartslag van de baby (ECG) werd gemeten evenals de vrijwillige bewegingen (onrust) en geluid, met name hoe lang en hoe hard ze huilden. Het is een uniek onderzoek, vooral omdat eerdere onderzoeken die zich hebben gericht op kalmeer reacties van baby’s, gebruik maakten van dagboeken die werden bijgehouden door de ouders in plaats van directe observaties en metingen door de onderzoekers zelf zoals in dit onderzoek.

De achterliggende gedachten achter deze metingen hebben te maken met het proces van hechting tussen moeder en kind. De moeder-kind band is de allereerste en meest kritische sociale relatie die een baby aangaat. Om deze band te waarborgen, hebben baby’s een aantal sterk aangeboren gedragingen met als doel ervoor te zorgen dat ze dicht bij hun moeder kunnen zijn en dicht bij hun moeder kunnen blijven. Deze band is van levensbelang en daarom zorgt de baby (!) ervoor dat eventuele verwijdering van de moeder zo snel mogelijk ongedaan gemaakt wordt. De mogelijkheden voor een baby zijn bewegen, huilen en andere geluiden maken om de stress situatie zo kort mogelijk te laten duren. Alhoewel de gedragingen bekende feiten zijn, zijn de fysiologische en psychologische processen die aan dit gedrag ten grondslag liggen nog maar nauwelijks begrepen in de wetenschap.

De resultaten van dit onderzoek waren verbluffend, ondanks het lage aantal onderzochte baby’s in deze studie. De baby’s die in een wieg werden gelegd bleken op alle metingen het hoogst te scoren. De hartslagen van de baby’s stegen, ze vertoonden veel lichaamsbeweging en huilden het meest. Dezelfde baby’s werden ook op schoot gehouden en al lopend gedragen. Tijdens het dragen hadden de baby’s juist de laagste hartslag en huilden zij nauwelijks, maar het meest opvallend was dat de baby’s de lichaamsbewegingen, die een uiting zijn van innerlijke onrust, ophielden zodra de baby’s gedragen werden. Tijdens het op schoot houden zaten alle metingen precies tussen het dragen en het liggen in de wieg in.

Het dragen werd afgewisseld met het op schoot houden, om zo te meten hoe de hartslag zou reageren op wisselende situaties in de korte tijd van 30 seconden. Zelfs binnen deze korte tijd herstelde de hartslag steeds zodra de baby’s werden gedragen. Zelfs van huilende baby’s op schoot, die bleven huilen tijdens het dragen, daalde de hartslag en werd het huilen minder intens.

De onderzoekers zijn vervolgens ingegaan op precies hetzelfde proces bij muizen, waarbij de pups een bewegingsloze compacte houding aannemen zodra ze door de moeder opgetild worden. Muizenmoeders pakken hun jongen in het nekvel beet en dragen op die manier. Het proces en de reactie van de jongen op het dragen bleek gelijk te zijn aan de onderzoeksresultaten bij de baby’s. Het aantonen van gelijke resultaten in andere soorten is een mooie bevestiging van de gevonden resultaten bij mensen. Daarnaast hebben ze metingen in muizen gedaan die (onder andere om ethische redenen) niet haalbaar zijn in humaan onderzoek en daarmee aanvullend zijn op de bevindingen. De aanvulling van de muizenmoeders maakt dit onderzoek daarom tot een mooi compleet en uniek onderzoek.

Dit onderzoek toont aan dat niet alleen nabijheid van de moeder essentieel is en duidelijk positieve effecten heeft op de baby, maar dat al dragend in beweging zijn daarbij een cruciale rol speelt. Als dragende moeder herken ik direct het gevoel van een bewegende baby in mijn doek zodra ik te lang stil sta, maar ook herken ik de ontspanning die optreedt zodra ik geknoopt en wel (weer) begin met wandelen. Dit onderzoek sluit ook mooi aan bij het advies wat wij als consulenten geven aan een moeder of vader die voor het eerst knopen. Ga lekker wandelen zodat de baby rustig wordt zodat deze kan wennen aan de draagdoek of drager.

Beweging is dus een heel primair aangeboren reactie waar de meeste nieuwbakken ouders snel achter komen zodra ze uren met de baby op de arm rondlopen. Het is goed om ons te realiseren hoeveel je als ouder kan betekenen voor je baby door alleen al te reageren op deze aangeboren gedragingen.

Ilse van Grevenhof

Link naar Youtube film over dit onderzoek: https://youtu.be/wpmtl01xh4k
Directe link naar het artikel: http://www.ncbi.nlm.nih.gov/pubmed/25932017